Het is avond en je bent er niet.
Wat ik doe is huilen om mijn eigen verdriet.
Om mijn egoisme, dat ik je wil bezitten.
Niet wil verliezen, ook al zit ik op je te vitten.
Als je binnenkomt met jouw zelfverzekerde lach.
Dan tril ik van binnen en weet niet of ik je wel of niet mag.
Wel weet ik dat ik je nodig heb als vriend, vader en man.
Toch weet ik dat ik je ieder moment verliezen kan.
Daarom wil ik een kind, om lief te hebben als jij er niet bent.
Omdat je zeker langskomt om te kijken of het kind de vader nog wel kent.
Alles wat ik bezit zal ik aan het kind geven.
Dat is dan mijn vorm om niet alleen te hoeven leven.
Mijn verhouding met jou begon als een spel.
Totdat ik besefte dat ik gek op je was, toen werd het een hel.
Ik ben je gaan zoeken, maar ik kon je niet vinden.
Ik heb gewacht en gehoopt je eens te kunnen binden.
Plotseling was je er weer en ik werd bang dat je mij had vergeten.
Ik reageerde voor mijn doen spontaan, ik was niet eens verbeten.
Je moest eens weten hoe ik mij toen voelde.
Dit was wat ik wilde hebben, dat waar ik op doelde.
En nu, terwijl je thuis onderuitgezakt zit in je stoel.
Dan ben ik die huisvrouw, dan heb ik een doel.
Probeer ik lief voor je te zijn, zodat je blijven zal.
Maar je gaat en dan zit ik weer in dat donkere dal.
Twee dingen weet ik zeker, dat ik een kind van jou wil baren
en dat deze liefde voor jou zal blijven voor jaren.
Als jij andere vrouwen wil, doe dat dan buiten mijn bijzijn.
Het enige dat jij daarbij bij mij opwekt is pijn.
Gebeurt het toch en kom ik het te weten.
Dan zal ik het jou vergeven, maar nooit vergeten.
Ik eindig deze brief met ik hou van jou.
en hoe stom het ook mag klinken, ik ben en blijf je trouw.
