Hoe schoon is het alnd in de morgenstond,
als al het graan uit de nevelen opkomt.
De bloemen, de sloten, de bomen alles ongerept,
het gras, nog nat van de dauw, ongedept.
De dieren hollen door de weiden
om hun dagelijkse eten voor te bereiden.
De wind zuist hard om je oren.
De ergste die last heeft is het koren,
het buigt, keert en draait,
maar de storm graait.
De wortels worden uit de grond gerukt.
De plant gaat onder zware gevoelens gebukt.
Als het zich nog meer zou laten beveren,
zou het zich waarschijnlijk bezeren.
