De vrouw 1987

Daar op de stoep lag een vrouw op straat.

Geen bijzondere vrouw, behalve haar ogen vervuld van haat.

Een oude man, getroffen door dit beeld.

Vroeg zich af, welk onheil deze vrouw was toebedeeld.

De oude man legde een hand op de vrouw haar trillende kin.

Trok de vrouw weer zachtjes de wereld in.

Toen haar ogen leken terug te keren op aarde.

Was het ook of het vuur erin bedaarde.

Geen woord werd door hen gewisseld, zij staarden elkaar aan.

Zij keek omhoog in de warme ogen en langzaam ging zij staan.

De oude man leek langzaam te vervagen, als omhuld door mist.

Was hij daar wel geweest, of had zij zich vergist?

Hoe diep ook de put en hoe zwart ook de nacht

Er is altijd een hand, die de ziel heeft teruggebracht!