Als je denkt aan een poos terug
aan de tijd die is geweest.
Vooral aan de tijd van de brugklas,
Waarvoor je altijd hebt gevreesd,
voor de jaren die moeten komen
en door je heen moeten stromen
Want dertien is de leeftijd van leren.
Vooral wat men het lichaam noemt,
Vooral voor wat je dan voor iemand voelt.
Alles en iedereen is dan voor jou verdoemt.
Over deze dingen ga je dan dromen.
Of hij misschien nog eens zal komen.
Maar je wordt ouder en wijzer met de tijd
je lacht om deze dingen van toen.
Maar je kan deze tijd niet meer meemaken
je lacht over puberteit en je eerste zoen.
Je bent nu veel wijzer en je bent groot,
Je zet jouw herinneringen op de rivier in een boot.
Tot weerziens zeg je dan,
maar je weet dat dat niet kan.
Zet maar al je zorgen opzij
wees dan helder, vrolijk en blij!
