Je bent vrij,
als de wind in je ogen zuist
en de zee in je oren bruist.
Het leven om je heen staat stil,
net als een sneeuwklokje, pril.
Je bent vrij,
wanneer je oren hebt voor muziek
en voor het ritme van mimiek.
Het brein en de geest is zwak
en het water in je hersenen is brak.
Je bent vrij,
als je jezelf van de domme houdt,
van nare gebeurtenissen wordt je zo koud.
Ach, ook jouw toorts zal eens opbranden
en als je erin gelooft in de hemel belanden.
