De jongen 1973

Oh, wat ben ik blij dat ik je weer zie

en ik je stem weer hoor,

al is die bedoelt als een belediging.

Zo voel ik dat niet.

Als ik kijk naar je ogen,

dan wil ik ze echt zien.

Als ik kijk naar je mond,

dan wil ik deze voor altijd op de mijne hebben.

Als ik kijk naar je handen,

dan wil ik deze voor altijd in de mijne houden.

Al weet ik dat je mij haat

en mij misschien wel veracht.

Ik heb je eens in mijn bezit gehad,

voor een avond alleen voor mij.

Maar ik mag niet meer,

niet meer denken aan die tijd.

Zoals die ervaring toen was,

zo komt het nooit weer.

Ik heb veel van je geleerd

en ben je daarvoor erg dankbaar.

Maar, als ik je nu zie, krijg ik een rood hoofd.

Houd ik toch nog steeds van jou?

Misschien.