Ik droomde 1975

Het was de nacht dat er iemand een feest gaf. Ik was er vrij vroeg, omdat ik ook weer snel wegwilde. 

Toen het tien uur was geworden vertrok ik met een baby van iemand, die ook op het feest was. Wie dat was weet ik niet meer. Thuis aangekomen in mijn lichte zolderkamer legde ik het kind op mijn hemelbed, waar het gelieflijk verpoosde tot ik klaar was met de melk voor de baby. Ik was net de melk aan het geven, toen er gebeld werd. Twee jongens uit mijn jeugd stapten binnen. Ik had hen minstens in geen vijf jaar gezien. De gezichten liggen vaal en vaag voor mij zonder enige omtrek. Zij probeerden mij aan te randen. Maar ik lachte en zei hen dat ik allang geen maagd meer was, waarna ze behoorlijk teleurgesteld ophielden. Dat was te lezen op hun gelaatstrekken.

Plotseling hoorde ik een boem en ik holde de slaapkamer binnen. De baby was op de grond gevallen. Toen ik de baby oppakte zag ik een soort van zilverkleurige prop onder beide oogjes. Ik raakte in paniek en trok het zilverpapier weg. Waarna de ogen helemaal geen uitdrukking meer hadden. 

Het enige wat ik daarna nog weet is,

 HEB EEN MOORD GEPLEEGD!

Een echte moord gepleegd. Ik zal ervoor boeten!

En daarna werd ik nat van het zweet wakker.