Ik wandel in het zwoele hefstbos
en trap de bladeren van mijn voeten.
Ik struikel haast over een grote hoop
een mol heeft zitten wroeten.
De takken zwaaien heen en weer
in de stormende herfstwind.
Ik voel het niet
het is het weer dat ik heerlijk vind.
Ik loop, ik wandel, ik dans
en zing de gehele dag.
Dit wandelen is datgene
wat mij echt gelukkig “mag”.
