De bomen 1971

Alle bladeren vallen van de bomen,

ze zijn niet vrolijk meer.

Ze waren zo vrolijk in de zomermaanden,

ze wiegden in de zwoele wind heen en weer.

 

Maar nu is het winter,

de wind giert door de bomen

en het raarste was dat ze zeiden,

laat de winter maar komen.

 

Verdrietig en eenzaam,

zonder bladeren aan hun takken,

staan ze daar te wachten,

tot de hoouthakkers komen hakken.

 

Het is maar goed ook,

want anders zouden ze doodgaan

en dan zouden ze

ze niet meer voor ons bestaan.