“Dat godverdomde luik”. Maory schrok op uit haar slaap door het kletteren van het luik tegen de ramen. Ze stond op van het bed, deed haar kamerjas aan en liep naar het raam.
‘Hè, het luik staat nog steeds vast”. Zij opende het raam. Daar stond een jongen te wuiven alsof zijn leven er vanaf hing. Maory vroeg aan de jongen wat hij wilde.
“Help, help me, alsjeblieft, laat mij boven komen”, riep de jongen.
“Nee, sorry dat kan ik niet doen”.
“Maar ik hou toch van je”.
“Hoe kan jij nu van mij houden?”
“Help me, laat mij alsjeblieft boven komen, ik heb iemand nodig om mee te praten”.
“Nu goed, kom dan maar boven”.
Maory liep naar de gang en trok de deur open aan het touw. De jongen liep snel naar boven en stelde zichzelf voor als Barcil.
Maory vroeg de jongen binnen te komen. Toen hij zat vroeg ze wat hij wilde drinken.
“Geef mij maar een glas rode wijn”.
De kerkklok sloeg vier uur.
“Hé, Barcil weet je wel hoe laat het is?”
“Ja, vier uur, waarom?”
“Het moet wel erg belangrijk zijn dat je mij op dit uur wakker maakt”.
“Ja en nee, ik wilde je zien en spreken”.
En dan kom je ’s morgens vroeg? Hier is je wijn. Nu wat scheelt eraan”’. Zei ze wat geïrriteerd.
“Nou ik wilde je vragen om maar met de deur in huis te vallen of je met mij naar bed wil?”
Maory keek de jongen verbaasd aan en kon geen woord uitbrengen.
“Eruit, uit mijn huis”, riep zij opgewonden.
De jongen liep naar de deur. “Maar je weet niet wat je mist schat”.
“Ik ben je schat niet”, gilde Maory.
“Gil niet zo, het is vier uur de mensen worden wakker”.
“Kan mij niet schelen, ga weg”.
“Nee ik blijf nog even om je te troosten, ga rustig zitten. Ik zal je niet verkrachten….al zou….laat maar”.
Hij ging weer zitten en schoof zijn stoel wat dichter naar Maory toe. Zij rilde.
“Zal ik de kachel van hoger zetten?”
Maory keek de jongen na toen hij naar de kachel liep. Waarom moest hij nu zoiets rigoureus vragen? Waarom niet wat liever. Ze bespeurde bij zichzelf de prikkel. Ze had misschien best wel gewild, maar nu moest ze voet bij stuk houden. Geen gesex, dreunde het door haar hoofd. Ze keek op en zag dat de jongen haar stond aan te staren.
“Weet je, je bent mooi als je gehuild hebt?”
“Ja en nog mooier als ik niet gehuild heb. Ik ken die lulkoek”.
“Kom kleintje, niet zo agressief. Je weet best dat je er zin in hebt, maar je durft niet. Want wie zal onbevredigd blijven, jij of ik? Ik denk dat jij het bent als je niet meewerkt”.
“Hou je kop!”
“Zie je, ik heb je tere punt geraakt”.
“Nu eruit”. Ze stond snel op, zodat haar kamerjas openviel, zij had er in haar woede geen erg in gehad dat de strik was losgegaan.
De jongen bleef haar aanstaren met het gezicht van een engel. Hij lachte, liep op haar toe en nam haar.
“Dat godverdomde luik”.
Nu klapperde het echt.
“Ach laat ook maar voor nu ik zal het alter vandaag repareren”. Sprak Maory hardop.
“En ik zal Barcil bellen en vragen of hij van plan is om vanavond weer langs te komen. Maar hij dat dan wel nuchter moet zijn, de dronkenlap”.
