Herfst 1976

Ik wandel in het zwoele hefstbos

en trap de bladeren van mijn voeten.

Ik struikel haast over een grote hoop

een mol heeft zitten wroeten.

 

De takken zwaaien heen en weer

in de stormende herfstwind.

Ik voel het niet

het is het weer dat ik heerlijk vind.

 

Ik loop, ik wandel, ik dans

en zing de gehele dag.

Dit wandelen is datgene

wat mij echt gelukkig “mag”.