Het sprookje van de drie zilveren lepels 1972

Ik zat met een paar kinderen van een jaar of zeven opgescheept. Ze zaten vreselijk te klieren en daarom besloot ik om een verhaal te gaan vertellen. Ik zei het en zij werden dol van enthousiasme. Dus ik begon.

Er was eens een koningin die drie zilveren lepels had een voor de koffie, een voor de thee en een voor het toetje. En uitsluitend voor haarzelf, want er woonde niemand anders in het kasteel. Zij had geen lakeien, zoals de meeste koninginnen. Zij vond dat veel te lastig met betalen en zo. Zij had geen man en geen kinderen. In het land verklaarde iedereen haar voor gek, want als zij dood zou gaan, dan zou er geen troonopvolger zijn. Maar de koningin liet hen maar kletsen.

De koningin stierf kort daarop aan een vreselijke ziekte en omdat zij geen lakeien had, waren er ook geen doctoren aanwezig. Ze vonden haar pas jaren later. Zij was toen al lang verteerd. De mensen uit het dorp ontruimden het kasteel.

Pas na honderden jaren kwamen er mensen wonen. Op een avond gingen de nieuwe inwoners het kasteel onderzoeken. Ze hadden het hele kasteel al doorgelopen, maar ze hadden nog niets gevonden, toen ze op een trap stuitten.. Deze liep heel kronkelig omhoog. Omdat ze hun nieuwsgierigheid niet konden bedwingen liepen ze naar boven. Ze vonden er de afschuwelijkste dingen, zoals oude lijken van mensen, dode mensen, dode vleermuizen, maar ook levende vleermuizen vlogen als gekken om hun hoofden heen. Muizen en rateen waren er ook niet weg te denken. Waar muizen zijn is ook voedsel. Ze hadden de trap nog maar net zes treden opgelopen of ze zagen al een deur. Deze deur gaf toegang tot een miezerig klein hok, dat zo groot was als een hondenhok, alleen wat hoger.

Na lang nieuwsgierig zoeken vonden ze van alles oude rokken, korsetten, truien, pyjama’s en nog meer van dat soort kleding. En ze vonden ook de drie lepels. De koffie, thee en toetje zaten er nog aan. Op dezelfde plek vonden ze ook nog bordjes, vorken en messen. Dus zij dachten dat de koningin hier wel gegeten zou hebben. Ze namen alle spullen mee naar beneden. Daar gingen ze druk aan de slag, ze maakten alles schoon en verkleedden zich zoals in die tijd dat de koningin geleefd had. Die avond hadden ze veel pret.

De volgende dag gingen ze naar beneden naar het dorp. Daar gingen ze inlichtingen inwinnen over het kasteel en de koningin. Ze kwamen te weten dat de koningin drie lepels had gehad, vleermuizen als huisdieren en ratten als eten. Dit was een zeer onsmakelijk praatje, maar ze hoordenhet keer op keer, steeds hetzelfde, dus het moest wel waar zijn.

Toen ze thuiskwamen waren de lepels verdwenen. De inwoners wisten zeker dat zij de lepels op de kast hadden gelegd, voor de sier zogezegd. Opeens kwamen zij op het lumineuze idee om naar het kleine kamertje te gaan. Het viel hen op dat er geen dier, lijk of beest te bespeuren viel. Zelfs geen muis. Ze vonden de lepels op dezelfde plaats waar ze deze eerst gevonden hadden. Ze brachten ze weer naar beneden. Beneden legden ze de lepels op de kast en gingen expres naar de keuken. Om te kijken of het waar was dat de lepels konden vliegen, lopen of iets anders deden om naar het kamertje te komen.

Toen ze rumoer hoorden gingen ze kijken. Ze zagen een vleermuis met de lepels in zijn poten. Ze schrokken zich dood, want de vleermuis was zo groot als een mens en de poten zo groot als mestvorken. De kop was besmeurd met bloed, hij had tanden als van een olifant. Ze kwamen tot het besluit om zich ergens verdekt op te stellen. Ze waren zo geschrokken dat ze allemaal een andere  kant opliepen. Dit was natuurlijk heel dom, want nu konden zij elkaar niet beschermen.

De vleermuis had hen direct opgemerkt. Hij begon gevaarlijk te fladderen, omdat hij niet wist welke kant hij op moest gaan. Opeens bespeurde hij de man die naar boven rende naar het kleine kamertje. De vleermuis besloot achter hem aan te gaan. De man schrok zo dat hij haast over de ratten struikelde. Het leek hem of de beesten angstaanjagender waren. Hij voelde een vork in zijn nek en daarna wist hij niets meer. Dit was de eerste van de drie.

De vleermuis had de man nog niet opgegeten of hij hoorde een geluid beneden, van messen, hamers en nog meer moorddadig speelgoed. Hij vloog naar beneden om te kijken of er nog meer hapjes waren. Er waren er genoeg. Maar ze waren niet zo gewillig. Ze kwamen luguber op hem af met hun wapens, gereed om toe te steken.

Twee seconden later was het gebeurd. De vleermuis lag roerloos op de grond. Iedereen rende weg, want het was ontzettend naar om te zien, hoe de vleermuis verslonden werd door zijn soortgenoten. Nooit heeft er nog iemand in het kasteel gewoond. Ze  waren bang voor de wraak van de vleermuis.